Concurrenten?

Dat zijn vooral andere gemeenten

ENQUÊTE: HOE AANTREKKELIJK IS DE OVERHEID ALS WERKGEVER?

Tekst: Leo Mudde | Beeld: Dimitry de Bruin

Ruim driekwart van de gemeenten denkt straks gebruik te maken van de mogelijkheid ambtenaren méér te betalen dan het cao-loon. Dat kan vanaf 1 januari, als de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren
van kracht wordt.

Een ruime meerderheid van de gemeentesecretarissen (78 procent) neemt een hogere beloning in overweging. Dat blijkt uit een enquête die is uitgezet onder alle 355 gemeentesecretarissen.

Dat zullen ze dan wel doen met enige terughoudendheid, want ze willen voorkomen dat mensen in een ‘gouden kooi’ terechtkomen, zoals een van hen het formuleert. Een ander zegt dat een cao-overstijgend loon vooral zal worden geboden aan medewerkers die ‘exceptioneel’ functioneren en niet zozeer om te voorkomen dat ze vertrekken – ‘hoewel we hier wellicht wel incidenteel toe worden gedwongen’.

Overigens maken gemeenten nu al gebruik van de mogelijkheden om ambtenaren iets extra’s te geven, in de vorm van een arbeidsmarkttoelage of een reiskostenvergoeding. ‘Maar als dat eenvoudiger kan, dan zullen we daar wel gebruik van gaan maken’, verwacht een van de respondenten.

Concurrentie

Op de arbeidsmarkt moeten gemeenten flink concurreren met andere – grotere – gemeenten, andere overheden en het bedrijfsleven. Het blijkt steeds lastiger om deskundige ambtenaren aan te trekken, vooral in de domeinen ICT, fysiek/ruimtelijke ordening en economie/financiën. De gemakkelijkst te vullen vacatures zitten in de hoek van de dienstverlening, communicatie, juridisch, bestuurlijk en P&O. Toch zegt nog altijd bijna de helft van de gemeentesecretarissen (43 procent) geen moeite te hebben met het vinden van personeel.

Slechts een derde geeft ook aan dat de concurrentie met het bedrijfsleven de afgelopen vijf jaar is toegenomen. Sommigen zeggen zelfs dat niet de bedrijven, maar andere gemeenten de grootste concurrent zijn. Niet minder dan 70 procent geeft aan ‘last’ te hebben van andere gemeenten. ‘We vissen allemaal in dezelfde vijver’, zegt een secretaris in een toelichting. ‘Grote gemeenten kunnen meer betalen en halen gemakkelijker mensen met ervaring binnen.’

En, opvallend, er zijn ook gemeenten die juist mensen bij het bedrijfsleven vandaan halen. Als er ambtenaren vertrekken, dan is het veelal naar een andere (semi-)overheidsorganisatie in plaats van een commercieel bedrijf.

Profiel

Het profiel van de nieuwe ambtenaar is sterk veranderd. Bijna alle gemeenten (97 procent) geven aan dat de nieuwe manier van werken zich vertaalt in een ander type ambtenaar: minder specialistisch, maar slimmer en creatiever. Zoals een respondent zegt: ‘We hechten steeds minder aan ervaring en steeds meer aan leerbaarheid.’

Een knelpunt zit op het managementniveau. Nieuwe medewerkers kunnen zich doorgaans wel verplaatsen in de situatie van de inwoners en ondernemers. Veel oudere ambtenaren kunnen dat niet, terwijl ze wél op functies zitten waar dat van hen wordt gevraagd. ‘Dat speelt zich vooral af op managementniveau, dus waar de verandering begint en moet worden ondersteund. Ik ervaar dat wel als een probleem’, zegt een gemeentesecretaris.


Salaris

En dan: de beloning. Op de vraag ‘Wat vindt u van de hoogte van het salaris van ambtenaren’ antwoorden de topambtenaren verdeeld. De helft vindt het salaris ‘precies goed’, de helft ‘te laag’. Voor starters is het salaris aantrekkelijker in vergelijking met de rest van de markt dan voor hogere en leidinggevende functies.

Een frustratie bij kleine gemeenten is dat zij een ander loongebouw hebben dan grotere gemeenten, terwijl van de ambtenaren wel dezelfde resultaten en prestaties worden verlangd. ‘In een grotere gemeente zijn vaak meerdere mensen binnen een vakgebied bezig, terwijl in een kleinere vaker een eenpitter wordt geacht alles te doen. Vakspecialisme wordt dan financieel hoger gewaardeerd dan een generalist. Dat is in mijn ogen niet terecht’, aldus een van de secretarissen.


Ontwikkeling

Slechts 10 procent van de gemeenten geeft aan onvoldoende mogelijkheden te hebben om het personeel te ontwikkelen. Een enkeling geeft aan dat de ‘tucht van de lokale politiek’ een fatsoenlijk budget voor persoonlijke ontwikkeling in de weg staat: ‘Er ontstaat vanzelf een terughoudendheid omdat elk populistisch raadslid gemakkelijk kan scoren door vragen te stellen over het “enorm gestegen opleidingsbudget” ten koste van publieke middelen.’


Koffie

Ten slotte, de bijna spreekwoordelijke ambtenarenkoffie. Die wordt vaak genoemd als een van de faciliteiten die het werk op het gemeentehuis aantrekkelijk maken. Zoals een respondent, gevraagd naar de secundaire arbeidsvoorwaarden, zegt: ‘Tijd- en plaatsonafhankelijk werken. En goede koffie natuurlijk.’

Naast de koffie en het thuiswerken worden ook de aanwezigheid van een pingpongtafel, een massagestoel, een gezonde kantine en gratis fruit vaak genoemd.

Een frustratie bij kleine gemeenten is dat zij een ander loongebouw hebben dan grotere gemeenten